NRAS mutatiebepaling

 

Doel: NRAS mutatieanalyse wordt aangevraagd om NRAS genmutaties te detecteren.
 
Principe:
- Indien het tumorweefsel moet onderzocht worden op meerdere genmutaties (BRAF, KRAS, NRAS...), wordt voor de NRAS mutatieanalyse gebruik gemaakt van Next-generation-sequencing.
Zie Next-Generation-Sequencing
 
 
- Indien het tumorweefsel enkel moet onderzocht worden op NRAS genmutaties of NRAS en BRAF genmutaties, wordt gebruik gemaakt van de Biocartis Idylla NRAS-BRAF methode. Deze test werkt met afzonderlijke cartridges per staal en als startmateriaal FFPE, zodat geen DNA isolatie nodig is. De test detecteert V600E/D en V600K/R mutaties in codon 600 van het BRAF gen en 18 mutaties in het NRAS gen (in exon 2: G12D, G12C, G12S, G12A, G12V, G13D, G13R en G13V, in exon 3: A59T, Q61K, Q61R, Q61L, Q61H en in exon 4: K117N, A146T en A146V) met een gevoeligheid van <5% voor de meest prevalente mutaties.
  
Technische opmerking: Het percentage tumorcellen aanwezig in de paraffinecoupe bepaalt mede de detectielimiet van deze test. Paraffineblokken waarin zones met een hoog percentage tumorweefsel aanwezig zijn zorgen voor de meest betrouwbare resultaten. Wanneer er keuze is uit verschillende monsters, dienen bijgevolg paraffineblokken met dense zones tumorweefsel verzonden te worden.
 
Om genomisch DNA van goede kwaliteit te bekomen is het eveneens aangewezen:
- het weefsel te fixeren in 10% gebufferde formol (4% formaldehyde, NF4)
- de tijd tot fixatie van het monster zoveel mogelijk te beperken
- de fixatieduur van het monster tussen de 6u en 72u te houden
 
Toepassingsgebied:
Een aanvraag voor NRAS en BRAF mutatieanalyse gebeurt ondermeer in melanoma en colorectale kanker.
Ongeveer 40 – 50% van de melanomen bevat een mutatie in BRAF, waarvan ongeveer 85-90% een V600E mutatie is en 10-15% een V600K mutatie. Patiënten met melanoma die een mutatie in V600 hebben, vertonen een verhoogde sensitiviteit aan BRAF inhibitoren zoals vemurafinib.
Ongeveer 13-25% van alle maligne melanomen bevat een somatische mutatie in NRAS. Het resultaat van mutaties in codon 12, 13 of 61 is een constitutieve activatie van de BRAF signaalcascade. NRAS mutaties worden aangetroffen in alle melanoma subtypes, maar zijn iets meer voorkomend in melanomen ten gevolge van chronisch cumulatieve zonblootstelling. Op dit moment zijn geen geregistreerde anti- BRAF therapieën beschikbaar. NRAS mutaties zijn mutually exclusive met BRAF mutaties.
Ongeveer 8-15% van de colorectale kankers bevat een mutatie in BRAF. Dit is prognostisch een ongunstige factor. De afwezigheid van een mutatie in de RAS genen betekent dat de patiënt met mCRC in aanmerking komt voor therapie met antiEGFR antistoffen. Sommige studies vermelden evenwel een verminderde respons van BRAF gemuteerde tumoren op antiEGFR antistoffen.
Bij de colorectale kankers bestaat er een verhoogde associatie tussen het sporadische karakter van de tumor en de aanwezigheid van een BRAF mutatie. Wanneer de MSI analyse positief is, kan dit wijzen op de aanwezigheid van een Lynch syndroom. Wanneer er echter een BRAF mutatie kan worden aangetoond, gaat het om de sporadische (niet-erfelijke) vorm van MSI.
Ongeveer 1-6% van de colorectale kankers bevat een NRAS mutatie. De aanwezigheid van deze mutatie in mCRC betekent in het algemeen resistentie aan anti-EGFR antistoffen.
 
Analyses die worden uitgevoerd op UZA maar niet betaald worden via RIZIV (KB art.33bis), worden in principe aangerekend aan de patiënt.  Voor meer informatie,  gelieve u te wenden tot secr.anapat@uza.be
 
  

 

Matrix:
weefsel
Uitvoerfrequentie:
wekelijks
Antwoordtijd

Zie Next-Generation-Sequencing

NRAS-BRAF Idylla: 3 werkdagen